23 november 2005

Bijzondere dagen

Het was vroeg vandaag, vroeger dan normaal toen ik uit bed stapte ;-) Om welke reden dan wel, hoor ik jullie denken...Wel, we hebben er een kleine bij, ofwel twee tijdelijk dan. Twee jonge puppy's die zich gedragen als twee kleine baby's, voor zover we dat kunnen inschatten zonder ooit ouders geweest te zijn.

Het is wel erg leuk hoor, twee van die kleine waggelende lab's de hele tijd achter je aan. Ze volgen je werkelijk tot in de verste uithoeken van huis en compound. Maar zo nu en dan moet er ook gewerkt worden. Ons volgende project thuis zal zijn, je raadt het wellicht al, een speelweide. Waar je ze in kunt zetten, zonder elke minuut op ze te hoeven letten.

Klinkt alsof ik het zonder liefde zeg, maar dat is niet zo! We hebben ook alle kinderen van de compound er direct bij, omdat ze, aldus de ouders, nu nauwelijks meer thuis zijn. En ja, da's soms ook gewoon lastig, om een klein kind te vertellen dat de puppy's ook rust nodig hebben. Dat ze, omdat ze zo klein zijn, nog veel moeten slapen. Ja, vertel dat maar eens, terwijl twee grote bruine kinder- en puppyogen je vol verwondering aankijken. Uhhhhhhhhhhhh....(gloeps)

Goede oefening dus, twee jonge hondjes (vanaf morgen één). Vandaag was niet alleen een bijzondere dag, omdat we er een nieuw familielid bij hebben gekregen, hij luistert overigens naar de naam Bantu (= mensenvriend). Vandaag zijn we ook officieel ons werk (= computerproject) in de jeugdgevangenis Bolle Mineur gestart. Dit luidde we in door middel van een 'dedication service'. Excuses voor de Engelse termen door alle Weblogs heen, zo nu en dan kunnen we niet meer in het Nederlands denken. Engels, Frans en Bambara dingen naar de eerste plaats in onze hersenen.

[Vervolg] We komen net thuis van de 'dedication' (opening) van het computerproject in de jongensgevangenis. Het was gaaf om het enthousiasme van, met name, de jongeren te zien. Ook de directeurszoon en 'aanhang' waren aanwezig. Carina opende met twee liederen in Bambara, die ook de jongens goed konden meezingen. En meezingen en klappen deden ze. Overigens wel bijzonder in een (Moslim) cultuur waar zingen niet gewoon is. Daarna sprak de directeurszoon van de gevangenis een kort woordje, gevolgd door Joel Bubna, onze directeur.

Samen bidden en zingen en daarna: de officiële opening van de computerzaal. Een opening in Afrika is geen opening als er geen lintje wordt doorgeknipt en een cakje gegeten (hebben we ons laten vertellen). Anatole (medewerker in de gevangenis) knipte dan ook een heus 'oranje' lint door. Vervolgens gaf Anco nog een kortje demonstratie hoe je de muis goed onder de knie kan krijgen. Jawel, door middel van een spelletje op de computer ;-) Joel sloot af met gebed en de officiële opening was een feit. Joel, onze computerleraar (erg verwarrend die namen) hoopt volgende week van start te gaan.

We hopen met het project de jongens computervaardigheden bij te brengen. Zodat ze een betere kans hebben op de arbeidsmarkt, zodra ze de jeugdgevangenis verlaten. Maar, zoals Joel Bubna ook in zijn 'speech' zei, bovenal willen we de boodschap 'achter' de computer aan hen duidelijk maken. Dat God ook van hen, gevangenen, houdt en naar hen omkijkt.

19 november 2005

Europa wonderland!?

Vrijdag werd ik er weer mee geconfronteerd: de gemiddelde Afrikaan (jong en oud) denkt dat Europa een droomland (nou ja land...) is. Dat de Nederlanders geen zorgen kennen, er geen sprake is van probleemwijken, etcetera.

De nieuwe Nederlandse juf in Bamako vertelde me dat haar Franse leraar verbaasd stond dat ook Nederland moeilijk opvoedbare jongeren kent. Tijdens haar lessen praten ze namelijk over allerlei culturele verschillen tussen een land als Mali en Nederland. In Mali laten sommige ouders hun kind namelijk in de 'gevangenis' plaatsen als ze onhandelbaar zijn. Wij discussiërden er later over, dat het opvoeden van je eigen kinderen toch taak nr. 1 van de ouders is.

In de namiddag bezocht ik mijn Malinese (tiener)vriendinnen bij hun op de compound. Dat geeft zo nu en dan grappige situaties en op deze wijze word ik qua cultuur ook ondergedompeld. Ik zie bij hen meer een stukje van hun achtergrond, opvoeding etc (ze zijn tenslotte in hun eigen omgeving), dan dat ze mij bezoeken aan huis.

Tijdens deze bezoeken neem ik Bambara-literatuur mee en is zij, als het ware, mijn leraar. Het maffe is dat ik vaak beter kan lezen (Bambara is een fonetische taal), zonder er een woord van te begrijpen. Haar leeskwaliteiten zijn wat minder, maar zij begrijpt het weer beter. Grappig stel vormen we zo ;-)

Maar goed, onder de 'lessen' speelt zich van alles af op de compound. Je hebt een vrij uitzicht op de straat en er wordt van links en rechts begroet. Dan komen er weer kinderen voorbij die ze kent en die roept om hen een opdracht te geven. Eén situatie blijft me bij en dat is deze.

Een meisje komt voorbij met een schaal kinderkleren op haar hoofd. Ze roepen haar naar binnen, op de compound. Ze laten haar plaatsnemen op een kruk en met meerdere vrouwen gaan we door de schaal heen, om te zien of er iets moois voor 'Baby' (meisje van ongeveer een jaar) tussenzit. Ondertussen onderhandelen ze over de prijs.

Eén setje vinden ze wel mooi (broek met bijbehorend t-shirtje) en de prijs blijkt 1.250 CFA te zijn (ongeveer 2 euro). Een hoop geld voor de gemiddelde Malinees. Mijn vriendin maakt dan ook de opmerking (in het Frans) dat dat in Europa veel goedkoper is, want Europa is nu eenmaal goedkoper dan Mali. Hoe dat erin geslopen is weet ik niet....Ik antwoord dan ook vriendelijk, maar resoluut, dat dat geheel niet het geval is.

Europa is niet goedkoper dan Mali, ik zou zo snel niet weten op welk gebied. Het pakje wat ze wilden kopen kost in Europa toch al snel 5 – 7 euro. Nou, je had hun gezichten moeten zien. Een en al ongeloof. Dat kon toch niet, want elke Malinees die naar Europa (vooral Frankrijk) vertrekt, komt niet meer terug. Ze moeten het daar wel goed hebben en gelukkig zijn. Niets is vaak minder waar. We hebben een aantal Afrikanen ontmoet in Parijs, tijdens onze Franse studie. Ze zaten opeengepakt in een flatje en zagen er alles behalve gelukkig uit! Maar ja, teruggaan is ook bijna niet mogelijk, want dat betekent gezichtsverlies. Hoezo een dilemma??!!

15 november 2005

Dankdienst voetbalstadium Bamako

Zondag deed zich een bijzondere dienst voor, in het voetbalstadium Modibo Keita stadium in Bamako. Zo'n, naar schatting, 7.000 christenen en niet-christenen kwamen bijeen om te danken voor de regen en het gewas. Het was een machtig gezicht/gebeuren om op deze manier bij elkaar te mogen zijn.

Voor deze gelegenheid hadden Anco's vriend Madany zijn bus (Sotrama) aan ons uitgeleend. Op die manier konden we tot 20 mensen uit de buurt met ons meenemen. Dit groene busje dient normaalgesproken als openbaar vervoer in en rond Bamako. Het heeft ook de naam van zijn internetbedrijf Teliman op de zijkant. Helaas vergat ik in alle opwinding een foto te maken, dat terwijl ik mijn toestel gewoon in mijn tas had.

Maar goed, we reden dus naar het huis van enige (moslim)vriendinnen in de buurt en die vonden het wel een hele happening om in zo'n 'afgehuurde' bus te zitten. Ook het stadium is voor hen een speciale plek, omdat ze daar niet wekelijks een bezoek aan brengen.

Toen wij hen uitnodigden de dag ervoor en we vertelden dat we ze met dit busje zouden komen ophalen werden ze helemaal enthousiast en zeiden: Ja, ik, ik ga mee. Enige minuten later wilden ze dan toch wel weten waar we eigenlijk heen zouden gaan ;-)

De dienst stond in het teken van eenheid (van kerken), en dank voor regen en gewas. Ook werd er speciaal gebeden voor de aanhoudende situatie in Ivoorkust. Het publiek leefde helemaal op, ook onze vriendinnen, toen het koor een speciaal lied en dans opvoerde. Dit bleek qua cultuur dicht bij hun beleving te liggen. De twee uur durende dienst was goed en vreugdevol. Met name van het samen zingen in zo'n grote groep gaat veel kracht uit.

De spreker was voor ons niet altijd goed te verstaan (hij sprak Frans) vanwege zijn snelheid en de kwaliteit van geluid, de vertaler (in Bambara) was echter goed te volgen. En daar gaat het tenslotte voor de grootste groep Bambarasprekenden om.

Op de terugweg namen we meer mensen mee dan de groep waarmee we kwamen...Bij het einde van de rit kregen de meiden er zo'n schik in dat ze, net als een 'echte' Sotrama, de plaats van bestemming naar allerlei mensen van de weg riepen. Tot hilariteit van hen, maar wellicht schrik van onze chauffeur ;-) Hij zag de Sotrama al helemaal gevuld raken met drommen mensen. Voor hen is een dagje Sotrama rijden zoiets als een dagje met de SRV-wagen mee in Nederland. Dat is denk ik de beste vergelijking. Bestaat deze overigens nog??